van 4 naar 2 slagen op het rechte stuk

Van 4 naar 2 slagen op het rechte stuk voor meer Efficiëntie en Power
Vrije vertaling van ‘converting from 4 to 2 strides on straight’ door Susan Ellis

Wanneer kinderen groeien en steeds sneller schaatsen het op een gegeven moment belangrijk om niet 4 maar nog slechts 2 slagen op het rechte stuk te maken. Dit zorgt uiteindelijk voor meer efficiëntie en dus meer vermogen.  Deze omschakeling kan plaatsvinden, zodra techniek en kracht voldoende zijn om volledige slagen te maken. Normaal gesproken is dit wanneer het kind enige jaren schaatservaring heeft en tussen de 10 en 12 jaar oud is.

ruimte voor slagen bij krappe en ruime bochtEén van de redenen waarom kinderen het moeilijk vinden deze omschakeling te maken is omdat ze met 2 slagen op het rechte eind de bocht op dezelfde 4 plaats in- en uit willen komen als met 4 slagen op het rechte eind. Ze zullen eerder een slag minder in de bocht maken. Wanneer de bochtentechniek voldoende is zal een extra slag in de bocht veel meer snelheid geven dan een slag op het rechte stuk. Andere redenen zijn:

- Krampachtig proberen de bocht zo dicht mogelijk langs de blokken uit te komen;
- De punten van de ijzers wijzen te snel richting het rechte stuk;
- Te weinig overhangen in de bocht


Vaak zijn deze oorzaken aan elkaar gekoppeld. Hoe dichter er langs het laatste blok wordt gereden, hoe minder er in de bocht wordt gehangen (bijna rechtop staand) en des te eerder de schaatsen al richting het rechte stuk wijzen. Sommige schaatsers zullen de ‘extra’ overstap nog maken, maar deze zal weinig effectief zijn doordat er niet meer in de bocht wordt gehangen.

4 slagen op het rechte stukBlijven ze 4 slagen maken op het rechte stuk, dan zullen ze door de hogere snelheid het ideale ingangsmoment van de bocht voorbijschieten. Vervolgens stappen ze 1 keer over bij het ingaan en komen heel krap op lagere snelheid met een overstap de bocht uit. Door eerder en iets wijder aan de bocht te beginnen geven ze zichzelf ruimte voor een extra overstap bij het ingaan en uitkomen van de bocht.

Wanneer begin je met het omschakelen van 4 naar 2 slagen op het rechte stuk? Heel herkenbaar is het wanneer een kind zoveel snelheid heeft dat deze de bocht voorbij dreigt te schieten. Vaak willen ze dicht bij de blokjes blijven en maken daarom een korte ‘shuffle’ (met 2 benen op het ijs blijven) voordat ze de bocht ingaan.

2 slagen op het rechte stuk met ruimere bochtOp afbeelding 2 is te zien hoe het patroon er uit ziet met 4 slagen op het rechte stuk en met 4 keer overstappen in de bocht. De bocht begint en eindigt eerder en er wordt veel krapper langs de blokken gereden. De snelheid zal bij het sterker en sneller worden van de schaatser lager blijven ten opzichte van de concurrenten.

Op de volgende afbeelding is te zien hoe het patroon er uit ziet met 2 slagen op het rechte eind met 4 keer overstappen in de bocht. Duidelijk zichtbaar is dat de bocht wijder en eerder begint en eindigt dan bij 4 slagen op het rechte stuk. De slagen op het rechte stuk zijn ook langer omdat de schaatser heeft geleerd zijn gewicht goed te verplaatsen, meer druk op het ijs uit te oefenen en langer op het ijzer te blijven glijden.

Wanneer de schaatser nog beter wordt kan deze de bocht op de langere afstanden met 3 slagen rijden om meer energie te sparen voor de laatste ronde(n).

Kinderen zijn vaak bang dat ze ruimte overlaten om gepasseerd te worden door een concurrent bij het wijder ingaan en uitkomen van de bocht. Probeer het kind uit te leggen dat ze veel meer snelheid kunnen maken wanneer ze toch de omschakeling maken. Op hogere snelheid is het voor de ander veel moeilijker om in te halen dan bij lagere snelheid.

Leg ze ook uit dat ze moeten leren aanvoelen wanneer iemand probeert in te halen. Dan kunnen ze de bocht een beetje dichter langs de blokken rijden. Ook moeten ze leren dan nog iets wijder de bocht in te gaan zodat ze krapper de bocht uit kunnen komen. Op die manier voorkomen ze een inhaal manoeuvre bij het uitkomen van de bocht.

Hulpmiddelen om deze omschakeling te kunnen maken is het leggen van extra blokjes bij het punt waar ze de bocht moeten beginnen en moeten eindigen. Daarbij kunnen ze zelf tellen totdat het geautomatiseerd is (net als bij dansles) : 1 overstap, 2 overstap, 3 overstap, 4 overstap, 1 rechte slag, 2 rechte slag, etc. Of gewoon tellen 1-2-3-4-1-2.