Shorttrackwedstrijden

Elke shorttrackwedstrijd is opgedeeld in diverse wedstrijdrondes, te beginnen met de heats (voorrondes). Hierbij zijn de rijders door loting ingedeeld in een aantal ritten. Afhankelijk van het aantal deelnemers worden tijdens een wedstrijd vier tot zes heats verreden. Bij een uitzonderlijk groot deelnemersveld worden voor de heats nog voorrondes (preliminaries) gereden. De rijders stappen vanuit de 'heatbox' het ijs op om aan hun race te beginnen. 

De heatbox is het vak vanwaar de rijders het ijs op gaan en waar ze het ijs afstappen. Bij pupillenwedstrijden staat er vaak iemand in de heatbox, die ervoor zorgt dat je op tijd het ijs op gaat. De beschermers worden verzameld in een emmertje en doorgegeven aan de heatbox waarin de rijder afstapt. Hier staat ook iemand van de organisatie die na de heat de deur open doet en de beschermers aangeeft. De heatbox is er alleen voor de rijders. 

Een shorttrackwedstrijd wordt in principe volgens het zogenaamde "knock-outsysteem" gereden. Dit geldt in ieder geval voor wereldbekerwedstrijden en (inter)-nationale kampioenschappen. Hierbij kwalificeren zich alleen de nummers 1 en 2 van een race (op de 1500 meter de nummers 1, 2 en 3) voor de volgende ronde. 

De meeste wedstrijden (regio-competitie en internationale toernooien) worden volgens het Ďall-finalí - systeem gereden. Dat betekent dat elke rijder zich kwalificeert voor de volgende ronde en daarmee uiteindelijk elke rijder op zijn of haar niveau een finale rijdt. Onderstaande afbeelding geeft een dergelijke wedstrijd schematisch weer.


all final wedstrijdschema

De eerste twee rijders van een race (heat) plaatsen zich, ongeacht hun tijd, voor de bovenste helft van het kwalificatieschema van de volgende ronde (groep 1), soms aangevuld met een aantal tijdsnelste derde plaatsen. De overige rijders gaan door naar de onderste helft (groep 2). In de halve finales gaan de eerste twee rijders van de rit (heat) in groep ťťn door naar de A - finale, de rest van de rijders rijden in de B - finale. In de A - finale kunnen rijders, afhankelijk van het aantal deelnemers, plaats 1 tot 4 op een afstand behalen. De B - finale is dan goed voor plaats 5 tot 8. Rijders uit groep 2 gaan op dezelfde manier door naar respectievelijk de C en D - finale.

In Nederland worden 3 shorttrackcompetities (Regiocompetitie) voor de pupillen en beginnende rijders gehouden. Rijders die tijdens de Regiocompetitie of andere toernooien sneller gereden hebben dan een limiettijd over een bepaalde afstand mogen deelnemen aan de Nationale Competitie. De 2 competities worden gehouden in de regio Noord-Oost (o.a. Groningen en Leeuwarden), West (o.a. Alkmaar, Dordrecht, Zoetermeer, Utrecht en Den Haag) en Zuid (o.a. Tilburg, Geleen, Eindhoven en Hasselt (BelgiŽ))

Daarnaast zijn er nog een aantal wedstrijden die je als beginnende shorttracker kunt rijden. Deze wedstrijden hebben vaak al een internationaal karakter. Zo zijn er de openinggames en closinggames aan het begin en einde van het Seizoen in Turnhout (BelgiŽ 1 daagse wedstrijden), de eastercup in Gent (BelgiŽ 2 daagse wedstrijd), de Speculaascup in Hasselt (BelgiŽ 2 daagse wedstrijd) en het open Nederlands kampioenschap in Amsterdam (2 daagse wedstrijd). Nationale wedstrijden voor pupillen zijn het nationaal pupillen tournooi in Enschede en het Arie Ravensberger tournooi in Leiden (1 daagse wedstrijd)